Nederlands Consulaat-Generaal in Istanbul, Turkije

Geschiedenis van het Palais de Hollande

Het Nederlands Consulaat-Generaal is gevestigd in het historische 'Palais de Hollande'. De betrekkingen tussen Nederland en Turkije bestonden in 2012 al 400 jaar. Het pand waarin het consulaat-generaal gehuisvest is en de wijk waarin het consulaat zich bevindt, kennen dan ook een rijke geschiedenis.

Palais de Hollande

Palais de Hollande

Het consulaat-generaal van het Koninkrijk der Nederlanden in Istanbul

De diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije gaan terug tot 1612 toen de eerste Nederlandse gezant zich in Istanbul, de toenmalige hoofdstad van het Osmaanse Rijk, vestigde. De band tussen de twee landen is van oudsher sterk. Het Staatsbezoek van Hare Majesteit de Koningin, vergezeld door de Kroonprins en Prinses Máxima, aan Ankara, Kayseri en Istanbul in februari 2007 heeft deze sterke band bevestigd. In 2012 is ook met diverse festiviteiten gevierd dat er sinds 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije zijn. Het dagelijks werk van het consulaat-generaal betreft handelsbevordering, culturele samenwerking, visumverlening, migratie en politie samenwerking maar staat ook in het teken van de discussie over de integratie van Turkije in de Europese Unie. Daarnaast voelt het consulaat-generaal zich betrokken bij het Nederlandse integratiedebat. Er wonen immers 400.000 Nederlanders van Turkse afkomst in Nederland.

 

Beyoğlu

Het huidige Beyoğlu stond tot begin van de 20e eeuw bekend als Pera. De naam Pera stamt uit het Grieks: Peri=’rondom’, hetgeen doelde op het aan de overzijde liggende Byzantium. In het vroegere Pera bevindt zich het consulaat-generaal, vroeger ambassade, en het merendeel van de vroegere residenties van ambassadeurs. In 1923 riep president Atatürk Ankara als hoofdstad van de door hem opgerichte onafhankelijke Republiek Turkije uit. In 1945 vestigde de Nederlandse ambassadeur zich definitief in Ankara.

Palais de Hollande

Het Palais de Hollande

Het “ Palais de Hollande” in Istanbul is het oudste bezit van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken in het buitenland. Het gebouw werd in opdracht van de Nederlandse Gezant Jacobus Coljer in 1714 gebouwd. Na diens overlijden kocht Cornelis Calkoen het van de weduwe Coljer en naderhand ging het gebouw over in handen van de Directie van de Levantse Handel in Amsterdam. Het gebouw ging bij de opheffing van de Directie (1826) over in het bezit van de Staat der Nederlanden en is sindsdien altijd exclusief in gebruik geweest als diplomatieke vertegenwoordiging. De stenen onderbouw van het oorspronkelijke gebouw, de zgn. “kamelengang” is nog bewaard. Het bovenste deel van het gebouw was opgetrokken van hout, typisch voor Istanbul. Deze houten bovenbouw brandde tweemaal af, in 1767 en de laatste maal in 1831. In 1859 werd het herbouwd, maar nu in steen opgetrokken in de stijl van een Italiaans Palazzo. Architect was de Italiaan G.B. Barborini. Om de herbouw te kunnen financieren werden in 1858/1859 twee gebouwen gelegen aan de kant van de Istiklal Caddesi verkocht.

 

Dutch Chapel

De Nederlandse kapel (1711) is het oudste gebouw op het terrein van het consulaatgeneraal. De kerk wordt sinds het midden van de vorige eeuw gebruikt voor Engels- en Turkstalige bijeenkomsten van de Union Church of Istanbul, een verenigd internationaal protestants kerkgenootschap. Wekelijks wordt door de dominee in de dienst, als dank voor het gebruik van de kerk, voor Hare Majesteit gebeden.

Kanselarij

Kanselarij

Rechts van het hoofdgebouw, in de tuin, staat de kanselarij, het werkgebouw van het consulaat-generaal. Op deze plaats stond vroeger het huis van de dragoman (tolk) van de ambassade.

 

Prominente bewoners en bezoekers

Cornelis Haga

De Nederlandse zakenman Cornelis Haga kwam in de periode van Sultan Ahmet 1 naar Istanbul en werd de eerste gezant van de Republiek der Nederlanden aan het Osmaanse Hof (1612- 1639). Hij betrok een huis dat zeer waarschijnlijk stond vlakbij de plek waar honderd jaar later het eerste “Palais de Hollande” zou worden gebouwd.Voor de Republiek betekende de aanstelling met name een verbetering van de handelscontacten.

Cornelis Calkoen

Ambassadeur en kunstliefhebber, werkte in Istanbul van 1727- 1744. Afkomstig uit een Amsterdamse familie van Levanthandelaren en lakenwevers. Speelde een grote rol bij de handelsbevordering van Nederland in het Osmaanse Rijk door het aanstellen van consuls en tolken in havensteden. Hij had uitstekende relaties met het Osmaanse Hof en bemiddelde enkele keren tussen buitenlandse mogendheden en de Sultan. Ook verzamelde hij een groot aantal “Turkse” schilderijen van J.B. Vanmour.

Witte Roos

(Turks: “Beyaz Gül”) een mysterieuze verschijning in het Palais de Hollande. Volgens de overlevering was zij de beeldschone geliefde van vrijgezel Cornelis Calkoen. Zij stierf aan een gebroken hart toen Calkoen in 1743 werd overgeplaatst. Het verhaal gaat dat haar geest nog steeds door het Palais dwaalt. In de muur van de tuintrap bevindt zich een ingemetseld beeldje van haar.

Jean Baptiste Vanmour

Franse schilder van Osmaanse hoftaferelen (1671 - 1737) wiens werken zich voornamelijk afspelen rond het Osmaanse hof van de 18e eeuw. In opdracht van ambassadeur Cornelis Calkoen maakte hij een groot aantal doeken, o.a. over de ontvangst van de ambassadeur bij de sultan. Deze werken bevinden zich nu in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Beyaz Gül

Beyaz Gül